De subsidie-regeling WVG.
In Nederland bestaat een subsidieregeling rondom het uitvoeren
van woningaanpassingen welke noodzakelijk zijn voor het opheffen van ergonomische problemen rondom lichamelijke handicaps.
De regeling volgens de Wet Voorzieningen Gehandicapten (WVG) is in principe bedoeld voor het aanpassen van bestaande situaties in prive woningen.
Bij nieuwbouw gelden voor toegankelijkheid de algemene eisen zoals genoemd in het Bouwbesluit. Op oa. deze eisen baseren de gemeenten het verlenen van
een bouwvergunning. Subsidieverlening zal in deze gevallen altijd beperkt blijven tot de meerkosten, zoals die voor extra uitgaven als gevolg van
ergonomische problemen nodig zijn. Problemen van niet ergonomische aard, waaronder sociale en medische, komen binnen WVG-kader formeel niet aan bod.
Voor andere gebouwen dan woonhuizen gelden andere regelingen. Hetzelfde is het geval voor werkruimten aan huis waarin een beroep wordt uitgeoefend.
(omhoog)

De uitvoering van de WVG.
D
e aanvraag die bij de gemeente is ingediend wordt daar getoetst aan de regels, die in de gemeentelijke verordening staan.
Meestal volgt er een bezoek bij de aanvrager. Daarbij worden wensen en mogelijkheden doorgenomen. Ook alternatieven, waaronder verhuizen, komen aan bod.
Vervolgens stelt een deskundige namens de gemeente de indicatie voor een aanpassing. Dit betreft in ieder geval de medische en ergonomische aspecten, soms ook de bouwkundige zaken.
Grotere gemeenten kunnen hiervoor medisch en ergonomisch deskundigen in dienst hebben, kleinere gemeenten besteden vaak uit aan externe adviseurs, zoals GGD of ZVN.
Op grond van het opgestelde advies kan met u worden overlegd, waarna de gemeente eea. in een beschikking vastlegt. Deze vormt de basis waarop een voorziening wordt verstrekt.
Met de beschikking kunt u vervolgens de werkzaamheden starten. Ook kan er worden beschikt dat verhuizen de meest adequate oplossing is. Of houdt deze een afwijzing in op
grond van te hoge kosten.
Met de uitvoering mag NOOIT worden begonnen voordat subsidie is toegekend. Ook wordt deze pas achteraf verstrekt, nadat eventueel is gecontroleerd of is gewerkt conform
het advies. De rentelasten van de voorgeschoten onkosten zijn in principe subsidiabel.
(omhoog)

Problemen in de uitvoering.
D
e uitvoering van de WVG regeling levert in de praktijk vaak problemen op.
Behalve over de duur van procedures zijn er klachten over de werkwijze van de uitvoerende diensten en over de kwaliteit van voorgestelde oplossingen.
Soms is er niet voldoende deskundigheid aanwezig. Zoals bij kleinere gemeenten, wanneer het complexe aanpassingen betreft die weinig voorkomen. Ook wordt door de aanvragers te
snel verondersteld, "dat de uitvoeringsinstanties wel weten wat er nodig is", zonder zich vooraf goed voor te bereiden. Veel tijd gaat verloren met het inwinnen van informatie
en externe adviezen, en het heen en weer sturen van het dossier. Vaak zijn er bovendien capaciteitsproblemen bij de uitvoerende diensten.

Omdat gemeenten autonoom zijn in de WVG-uitvoering, zijn er soms flinke beleidsverschillen tussen buurgemeenten. Aan betrokkenen is zoiets moeilijk uit te leggen.
In principe zijn de regelingen bedoeld voor het opheffen van "ergonomische" beperkingen. In de verordeningen worden "medische" en "sociale" beperkingen vaak niet meegewogen.
Ook zijn voorzieningen "op de persoon gericht", en kan dus de gezinssituatie bij kinderen buiten beschouwing blijven. Juridisch is een en ander doorgaans goed onderbouwd.
De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) ondersteunt de gemeenten met kennis en jurisprudentie. Voor de hulpvragers is het echter wel heel
moeilijk, om hun soms schrijnende problemen op één van de uitgesloten terreinen op te lossen. Men is afhankelijk van een ruimhartige
uitleg van de verordeningen, wat de kans op willekeur vergroot. Het voeren van juridische procedures is zeer tijdrovend en door particulieren met geringe wetskennis
meestal niet tot een goed eind te brengen.
(omhoog)

Er ontstaat vaak onenigheid over de kwaliteit, omvang en kosten van toegekende aanpassingen.
Of een voorziening "adequaat" is, wordt op grond van een ergonomische indicatie vastgesteld door gemeente of diens adviseur. Er behoeft dus niet datgene te worden verstrekt, waarom is
gevraagd, als er een voordeliger en ergonomisch gelijkwaardig alternatief bestaat. Het gaat hier tenslotte om gemeenschapsgelden, welke niet bedoeld zijn
voor het realiseren van privéverlangens, maar van goede en bruikbare voorzieningen.
Over die gelijkwaardigheid zou overeenstemming bereikt moeten worden met de gebruiker. De indruk dringt zich in de praktijk soms op, dat het criterium
"goedkoop" een te belangrijke rol speelt.
De "gevolgkosten" welke inherent zijn aan een aanpassing, (zoals het bijbouwen van voor aanpassingen opgeofferde ruimten) worden nogal eens buiten
beschouwing gehouden. Evenals kosten die noodzakelijk zijn om te voldoen aan de kwaliteitseisen, die de subsidieverlenende gemeente zelf via het Bouwbesluit eist.
Denk ook aan de eisen van een namens de gemeente optredende Welstandscommissie.
De meerkosten ivm kwaliteit van materialen en constructies,
zelfs als deze op langere termijn kostenbesparend zijn, dienen eveneens door de woningeigenaar gedragen te worden.
Ondanks dat bouwprijzen stijgen, zijn zowel de grensbedragen binnen de WVG, als de gehanteerde bouwprijzen niet meer in overeenstemming met de huidige
kostensituatie binnen de bouwwereld. De toegekende bedragen dekken derhalve bij lange na niet meer de feitelijke kosten.
(omhoog)

Eigenaren van aan te passen objecten ondervinden nogal eens weinig medewerking van een gemeente
op het gebied van tijdsplanning. Nu zijn grotere woningaanpassingen vaak te complex om "even snel" door een procedure te jagen. Zorgvuldigheid blijft een belangrijk
uitgangspunt voor de subsidiërende instantie.
De betrokkenen kunnen echter dringend verlegen zitten om een aanpassing. De soms zware, dagelijkse verzorging kan niet altijd volgehouden worden zonder de
gevraagde voorziening. Daarnaast moeten er voor een gezin ingrijpende beslissingen genomen worden over de woon- en vermogenssituatie voor de komende jaren.
Problemen bestaan ook in verhuissituaties. Gemeenten mogen eisen dat zij een aan te kopen woning of bouwplan vóóraf op geschiktheid mogen toetsen. Het
recht op subsidie kan anders in gevaar komen.
Echter, in de huidige overspannen woningmarkt is snel beslissen geboden. Zowel in bestaande- als in nieuwbouw zijn doorgaans veel gegadigden en de spoeling is dun. Makelaars en projectontwikkelaars bieden
doorgaans niet de tijd om een WVG-toetsing af te wachten. De hulpvrager dient derhalve zelf het risico dragen.
(omhoog)